Belastingen die geheven worden.
Woonbelasting
Kinderbelasting
Omzetbelasting of BTW
Vleesbelasting
Verpakkingsbelasting
Gemeentebelastingen
Belastingen die opgeheven worden.
Inkomstenbelasting
Vermogensbelasting
Dividendbelasting
Onroerendgoedbelasting
Accijns op tabakswaren, op alcoholische producten, op benzine en andere brandstoffen
Motorrijtuigenbelasting
Erfbelasting
Schenkbelasting
Overdrachtsbelasting
Kansspelbelasting
Hondenbelasting
Toeristenbelasting
Vermakelijksheidsbelasting
Toelichting. Het huidige belastingstelsel is tamelijk ingewikkeld. De partij wil een eenvoudig belastingstelsel.
De Franse econoom T. Piketty heeft een boek geschreven waarin hij het verband legt tussen een economische factor en de financiële ongelijkheid tussen groepen mensen in de samenleving. Door dit boek heeft hij grote bekendheid en waardering gekregen. Andere economen waren niet eerder op dit idee gekomen. Hij heeft echter ook kritiek gehad van economen die zelf niet op dit idee gekomen zijn. In veel landen is gelukkig vrijheid van meningsuiting. Men mag op een idee kritiek uitoefenen, ook als men zelf niet op dit idee gekomen is. In het algemeen geldt dat men een probleem mag signaleren, zonder dat men een oplossing moet geven. Piketty geeft wel een oplossing. Hij wil de financiële ongelijkheid aanpakken door een progressieve, jaarlijkse vermogensbelasting in te voeren. In zijn tweede boek pleit hij voor een vermogensbelasting tot 90 procent. Op deze manier wil hij de rijken geld afnemen. Het is een socialistische maatregel, geen kapitalistische. Als de overheid huizen ook bij het vermogen rekent, dan hebben huiseigenaren ook nadeel van deze hoge vermogensbelasting. Mensen die een hoge hypotheek hebben genomen zitten soms op de rand van hun mogelijkheden en dan blijft er alleen nog geld over voor levensonderhoud. Als ze dan een hoge vermogensbelasting moeten betalen kunnen ze hun hypotheek niet meer aflossen en moeten ze hun huis verkopen. De kopers zullen niet in de rij staan. Ook zij moeten een hoge vermogensbelasting betalen. Het huis moet dan ver onder de prijs verkocht worden. Mensen met een laag inkomen die een huis hebben gekocht van de erfenis van hun ouders zitten in dezelfde situatie. Het siert Piketty dat hij geen tunnelvisie heeft. Hij is deskundig op economisch gebied, maar hij beschouwt ook de sociale gevolgen van de economie. Hij gaat echter voorbij aan de gevolgen voor het milieu van zijn denkbeelden. Als mensen een hoge vermogensbelasting moeten betalen, dan gaan de meeste mensen meer geld uitgeven in plaats van te sparen. Ze verkwisten het liever dan dat ze het aan de overheid gunnen of voor een goed doel geven. Ze kopen dan goederen die ze niet nodig hebben. Goederen die grondstoffen en energie hebben gekost. Of ze maken veel vliegreizen van hun geld. De rijkste 1 procent van de wereldbevolking veroorzaakte enkele jaren geleden 15 procent van de uitstoot van kooldioxide. De armste helft voor slechts 7 procent. De uitstoot van de rijken wordt vooral door vliegreizen veroorzaakt. De armen zijn geen betere mensen. Als ze meer geld zouden krijgen, gaan ze ook vliegen. Vermogensbelasting wakkert het consumentisme aan. Consumentisme veroorzaakt verspilling van grondstoffen en energie. De partij is daarom tegen vermogensbelasting en wil deze afschaffen. Vermogensbelasting belemmert ook dat mensen zuinig zijn en geld sparen. Geld om een buffer te hebben als er onverwacht hoge uitgaven komen of als een erfenis voor de kinderen. Erfbelasting en schenkbelasting belemmeren ook dat mensen geld opzij leggen. De partij is daarom tegen erfbelasting en schenkbelasting. Vermakelijkheidsbelasting is uit de tijd. Culturele ontspanning, zoals een bezoek aan de bioscoop, een theater of een popconcert kost weinig grondstoffen en energie. De partij wil daarom de vermakelijkheidsbelasting afschaffen.
De partij is niet tegen inkomstenbelasting, maar wil deze belasting afschaffen om een eenvoudig belastingstelsel te verkrijgen. Als een fabrikant een ingenieur met een hoog salaris in dienst heeft die 40 procent inkomstenbelasting moet betalen, dan krijgt de ingenieur 60 procent in handen en draagt de fabrikant 40 procent af aan de overheid. Als de inkomstenbelasting afgeschaft is, kan de fabrikant de ingenieur 60 procent van zijn salaris geven en de 40 procent verdelen onder een paar werknemers met een minimumloon. Deze werknemers krijgen meer geld, maar moeten ook de hoge woonbelasting betalen. Ze hebben dan evenveel geld om te besteden als voorheen. De ingenieur moet ook woonbelasting betalen, maar dat is maar een klein deel van zijn inkomen. Het wordt gecompenseerd, omdat de ingenieur andere belastingen niet meer hoeft te betalen. De gemiddelde koopkracht blijft dan gelijk in Nederland. Dat is ook te verwachten. Er is een bepaalde hoeveelheid geld die door de inwoners besteed kan worden. Deze hoeveelheid verandert niet door een ander belastingstelsel. Een ander belastingstelsel kan wel veroorzaken dat een groep meer geld krijgt. Een andere groep krijgt daardoor dan minder geld. Het afschaffen van de inkomstenbelasting levert wel een eenvoudiger belastingstelsel op. Zwart werken bestaat niet meer. Als het minimumloon nog verder verhoogd wordt, dan moet de fabrikant kiezen. De hoge salarissen van sommige personeelsleden verlagen of geen winst meer maken. Als de fabrikant voor het eerste kiest, dan ontstaat nivellering. De partij is niet tegen nivellering. Het is echter geen doel.