De verwoesting van grote delen van de Amazone is niet alleen de schuld van Brazilië. De Europese boeren die soja importeren als voer voor hun vee zijn medeschuldig. De consument die veel vlees koopt heeft echter de meeste schuld. De partij wil dat men met een vleesbon in een staatswinkel vlees en vleeswaren kan kopen. De vleesbon heeft de vorm van een digitale kaart. Er zijn vier soorten vleesbonnen, waarmee men maximaal 1 kg, 2 kg, 3 kg of 4 kg vlees en vleeswaren per maand mag kopen in een staatswinkel. De vleesbelasting van een vleesbon voor 3 kg is 30 euro per maand, van een vleesbon voor 4 kg is deze 60 euro per maand. Met een vleesbon voor 2 kg hoeft men geen vleesbelasting te betalen. Wie een vleesbon voor 1 kg heeft gekocht, krijgt elke maand 50 euro van de overheid. Vegetariërs en veganisten mogen ook vleesbonnen kopen. Voor de aankoop van een vleesbon moet men betalen en zich legitimeren. De vleesbelasting wordt automatisch van een bankrekening afgeschreven. Bij saldotekort wordt de vleesbon geblokkeerd. Als men de toegestane hoeveelheid vlees niet overschrijdt, betaalt men de lage btw. Men mag met de vleesbon van een ander vlees kopen. Bij de woonbelasting wordt geen verschil gemaakt tussen volwassenen en kinderen. Bij de vleesbelasting wordt ook geen verschil gemaakt tussen volwassenen en kinderen. Een vrouw mag met haar vleesbon en de vleesbonnen van haar man en kinderen vlees kopen. Iemand mag de vleesbonnen van zijn kinderen op zijn vleesbon zetten. Heeft een vrouw twee kinderen dan mag ze hiermee maximaal 12 kg vlees per maand kopen. Als men voor een kind een andere hoeveelheid vlees wil, dan moet dit kind een eigen vleesbon hebben. Personen die de Nederlandse nationaliteit niet hebben mogen geen vleesbon kopen. Als de toegestane hoeveelheid vlees gekocht is, mag men in de rest van de maand geen vlees meer kopen in een staatswinkel. In een slagerij en een supermarkt is de vleesbon niet geldig en zijn er geen beperkingen voor de hoeveelheid vlees en vleeswaren. Men betaalt er de hoge btw en hoeft geen vleesbelasting te betalen. Als een klant vlees gaat kopen in een staatswinkel, overhandigt hij de vleesbon aan de winkelbediende. Deze steekt de vleesbon in een apparaatje dat verbonden is met een landelijk netwerk. De klant zegt wat hij kopen wil en de winkelbediende zet het gewicht en de prijs van het artikel in het systeem. Als de klant meer artikelen wil kopen, dan voert de winkelbediende elk artikel eerst in voordat hij het volgende artikel klaar maakt. De klant krijgt een kassabon waarop het bedrag van het vlees staat en het gewicht van het vlees dat hij in de afgelopen maand gekocht heeft. Als men zijn vleesbon kwijt is, kan men deze op vertoon van een legitimatiebewijs laten blokkeren. Als de vleesbon weer terecht is, kan men er weer vlees mee kopen. Men mag ook een nieuwe vleesbon kopen. De oude vleesbon wordt dan ongeldig. Als een vleesbon langer dan 3 maanden zoek is, dan wordt deze ongeldig. Men krijgt geen restitutie van vleesbelasting als men de vleesbon slechts een deel van de maand heeft gebruikt en niet als men minder dan de toegestane hoeveelheid vlees heeft gekocht. Als men minder vlees heeft gekocht dan is toegestaan, dan mag men geen vleestegoed opsparen voor een maand erna. Een vrouw die een meerling heeft gekregen en verder geen kinderen had, mag voor elk kind een vleesbon kopen. Als de toegestane hoeveelheid vlees door een artikel wordt overschreden, dan mag men dit artikel nog kopen. Als een klant een vleesbon voor 3 kg heeft en al 2900 g vlees gekocht heeft, dan mag hij nog een biefstuk van 2 kg kopen. Voor 100 g biefstuk betaalt hij de lage btw en voor 1900 g biefstuk betaalt hij de hoge btw. De prijs van het gekochte vlees wordt automatisch afgeschreven van de bankrekening waarmee de vleesbelasting wordt betaald. Dit dient om misbruik van vleesbonnen te belemmeren. Een vegetariër kan zijn vleesbon voor 3 kg vlees aan iemand verkopen. Ouders kunnen de vleesbonnen van hun kinderen verhandelen. De koper moet dan echter elke maand de vleesbelasting aan de verkoper betalen. Op den duur gaat dit meestal beide partijen irriteren. Als men een vleesbon voor 1 kg of 2 kg verkoopt, wordt dit omzeild. Iemand die twee vleesbonnen heeft gekocht van anderen, kan dan 12 kg vlees per maand kopen in een staatswinkel. Dit druist in tegen de doelstelling van de vleesbon. Voor het vlees in dierenvoer moet de hoge btw betaald worden. Ook als het vermalen ingewanden zijn. Anders gaan supermarkten bakjes gehakt voor de hond verkopen, wat een deel van de klanten dan zelf opeet. Deze mensen kunnen dan grote hoeveelheden vlees kopen en ontduiken hiermee de vleesbelasting. Voor goedkoop vlees uit het buitenland moeten invoerrechten worden betaald. Een slagerij mag een vergunning aanvragen om staatswinkel te worden. Supermarkten zijn hiervan uitgesloten. Als de wereldbevolking sterk is verminderd, dan wordt de vleesbelasting afgeschaft.