Woonbelasting

De overheid heeft geld nodig. Voor het onderhoud van rivieren, kanalen, bruggen, dijken, gemalen en havens. Voor de aanleg van wegen. Voor politie en brandweer. Voor defensie. Voor onderwijs , gezondheidszorg en openbaar vervoer. Voor wetenschapsbeoefening. Voor de salarissen van ambtenaren. Voor subsidies voor musea. Voor justitie en het levensonderhoud van gedetineerden. Voor bijstandsuitkeringen en het levensonderhoud van asielzoekers. De overheid heeft geen inkomsten meer van vermogensbelasting, inkomstenbelasting en accijns. Dit moet grotendeels gecompenseerd worden met woonbelasting en BTW. De woonbelasting is dan ook vrij hoog. Het minimumloon, de bijstandsuitkeringen en de AOW zullen flink verhoogd moeten worden, zodat men voldoende geld overhoudt om in het levensonderhoud te kunnen voorzien. Werknemers krijgen het brutoloon in plaats van het nettoloon. Ze hebben meer geld en kunnen daar de woonbelasting van betalen.

Iedereen moet woonbelasting betalen. Deze belasting hangt af van het woonoppervlak van de woning. Gang ,zolder, kelder, schuur, tuinhuisje,garage, overdekt dakterras inbegrepen. Voor een balkon en gemeenschappelijke ruimtes, zoals een trappenhuis hoeft geen woonbelasting te worden betaald. De woonbelasting moet voor elke bewoner betaald worden. De woonbelasting hangt niet van de leeftijd af. Als iemand een kamer huurt, dan moet hij voor de hele woning de woonbelasting betalen.

De woonbelasting is voor huurwoningen en eigen woningen hetzelfde. Voor woonschepen en woonwagens geldt dezelfde woonbelasting.

Als een alleenwonende naar een andere woning verhuist, dan verandert meestal de hoogte van de woonbelasting. De woonbelasting moet betaald worden voor de periode waarin men de huur van de woning betaalt. Als een alleenwonende man van 22 jaar vanaf 20 april een kleinere woning heeft gehuurd, dan hoeft hij vanaf 20 april voor deze woning minder woonbelasting te betalen. Heeft hij de huur van zijn oude woning per 1 mei opgezegd, dan moet hij voor deze woning tot 1 mei ook woonbelasting betalen.

Eigenaren van woningen moeten woonbelasting betalen voor de periode dat zij de woning gekocht hebben.

Buitenlandse toeristen die in Nederland overnachten moeten ook woonbelasting betalen. Dit is een vast bedrag per dag.

Een Nederlander die in het buitenland een woning heeft, hoeft daar in Nederland geen woonbelasting over te betalen.

Als een kinderloos echtpaar de bejaarde ouders van de man in huis neemt om hen te verzorgen, dan wordt de totale woonbelasting lager. Deze moet voor 2 personen betaald worden. Als het echtpaar ook de bejaarde ouders van de vrouw in huis neemt, dan heeft dit huishouden 6 personen. De woonbelasting moet voor 2 personen betaald worden. Men mag onderling regelen welk deel van de woonbelasting van het huishouden elke bewoner moet betalen. De hoofdhuurder is in deze situatie verantwoordelijk voor de betaling van de woonbelasting. Bij een koopwoning is de eigenaar verantwoordelijk. Personen in een andere categorie mogen ook hun bejaarde ouders in huis nemen om voor hen te zorgen. Deze ouders moeten de leeftijd van 65 jaar bereikt hebben.

Toelichting. Een kamerhuurder moet de woonbelasting voor de hele woning betalen. Deze regel dient om bedrog te voorkomen. Een man die met een vrouw samenwoont zou kunnen zeggen dat de vrouw bij hem een kamer huurt. Het is moeilijk te controleren of de vrouw een kamer huurt. Als een controleur rond etenstijd aanbelt en de man en de vrouw zitten aan dezelfde tafel, dan is dit geen bewijs dat de vrouw geen kamer huurt. De man mag zijn buren en ook een kamerhuurder uitnodigen om te komen eten. Het wordt maatschappelijk niet geaccepteerd als de controleur in de nacht zou aanbellen om te kijken of de man en de vrouw in hetzelfde bed liggen. Als men de vrouw als kamerhuurder beschouwt, dan wordt de woonbelasting voor hen bijna de helft. Anderen gaan dat dan ook doen. Het gevolg zou zijn dat de woonbelasting veel hoger moet worden. Dit is tot nadeel van alleenwonenden.

Als de overheid te weinig inkomsten krijgt, dan wordt de vennootschapsbelasting niet afgeschaft. De vennootschapsbelasting hangt nu van de gemaakte winst af. In 2021 betalen bedrijven die weinig winst maken 15 procent en bedrijven die veel winst maken 25 procent. De partij wil het percentage laten afhangen van het aantal personeelsleden. De partij wil meer dan twee tarieven. Bedrijven met veel werknemers betalen een laag percentage over de winst. Bedrijven met weinig werknemers betalen een hoog percentage over de winst. Kleine bedrijven met minder dan vijf personen hoeven geen vennootschapsbelasting te betalen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *